Download DSC-F717
Transcript
Lichtmeetmodus Modusdraaiknop: /S/A/M/SCN/ Met deze functie kunt u de lichtmeetmodus kiezen om uw opname af te stemmen op de opnamevoorwaarden en het doel. Lichtmeting met meerdere patronen (geen indicatie) Alleen voor het veld waarin het onderwerp zich bevindt, vindt de lichtmeting plaats. Hiermee kunt u de belichting afstemmen op het onderwerp, zelfs bij tegenlicht of bij een sterk contrast tussen het onderwerp en de achtergrond. Positioneer het dradenkruis van de éénpunts lichtmeting op een punt van het onderwerp dat u wilt opnemen. • Om scherp te stellen op hetzelfde punt als voor de lichtmeting werd gebruikt, adviseren we u de scherpstelbereik-keuzemodus (midden) te gebruiken (blz. 46). • Bij gebruikmaking van de NightShot- en NightFraming-functie kunt u de lichtmeetmodus niet instellen. 60min 640 ) Bij de lichtmeting wordt voorrang gegeven aan het midden van het beeld. De camera bepaalt de belichting op basis van de helderheid van een onderwerp nabij het midden en in overeenstemming met het opnamedoel. a Zet de modusdraaiknop op , S, A, M, SCN of . b Druk herhaald op om de gewenste instelling te kiezen. Bij elke druk op verandert de lichtmeetmodus als volgt: Multi-patroon lichtmeting (geen indicatie) Lichtmeting met nadruk op het midden ( Eénpunts lichtmeting ( ) ) c Neem het beeld op. 101 4 Dradenkruis van de éénpunts lichtmeting Lichtmeting met nadruk op het midden ( ) Sluiter Modusdraaiknop Druk de sluiterknop tot halverwege in, wacht totdat de camera klaar is met de automatische instellingen en druk daarna de sluiter helemaal in om het beeld op te nemen. Geavanceerd opnemen van stilstaande beelden Het beeld wordt opgesplitst in meerdere velden en voor elk veld afzonderlijk wordt er een lichtmeting verricht. De camera beoordeelt de positie van het onderwerp en de helderheid van de achtergrond, en zorgt op basis daarvan voor een evenwichtige belichting. De camera is in de fabriek ingesteld op lichtmeting met meerdere patronen. Eénpunts lichtmeting ( NL 51