Download PCM 8 S
Transcript
PCM8S_WEU.book Seite 12 Mittwoch, 7. Juni 2006 11:00 11 Zaaglijn markeren (zie afbeelding M ) Een laserstraal geeft de zaaglijn van het zaagblad aan. Daardoor kunt u het werkstuk voor het zagen nauw6 keurig positioneren zonder de beschermkap te ope6 nen. Schakel daarvoor de laserstraal met de schakelaar 28 in. Controleer voor het zagen of de zaaglijn nog correct wordt aangegeven (zie het gedeelte „Basisinstellingen controleren en instellen“). De laserstraal kan bijvoor6 beeld door de trillingen bij intensief gebruik worden versteld. Zagen met afkortbeweging Voor het zagen met behulp van de afkortvoorziening 25 (brede werkstukken) dient u de vastzetschroef 31 los te maken wanneer deze is vastgedraaid. Span het werkstuk overeenkomstig de afmetingen vast. Stel de gewenste verstekhoek in. Draai de gereedschaparm zo ver van de aanslagrail 10 weg tot het zaagblad zich voor het werkstuk bevindt. Schakel het elektrische gereedschap in. Druk op de knop 4 en beweeg de gereedschaparm met de handgreep 5 langzaam omlaag tot aan de aan6 slag. Houding van de handen (zie afbeelding N ) Duw nu de gereedschaparm in de richting van de aan6 slagrail 10 en zaag het werkstuk met gelijkmatige voor6 waartse beweging door. Houd handen, vingers en armen uit de buurt van het ronddraaiende zaagblad. Schakel het elektrische gereedschap uit en wacht tot het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Houd uw armen niet gekruist voor de gereedschap6 arm. Beweeg de gereedschaparm langzaam omhoog. Maximale werkstukafmetingen Werkstukken van gelijke lengte zagen (zie afbeelding P ) Verstekhoek Draai de vleugelmoer 48 los en stel de lengteaanslag 36 in op de gewenste afstand tot het zaagblad. Hoogte x breedte [mm] horizontaal vertikaal Draai de vleugelmoer weer vast. 90° 90° 70 x 282 45° 90° 70 x 200 90° 45° 35 x 282 Plaats het werkstuk tegen de lengteaanslag. Contro6 leer nogmaals aan de hand van de door de laser ge6 markeerde zaaglijn of de lengtegeleider juist is geposi6 tioneerd. Zagen zonder afkortbeweging (kappen) (zie afbeelding O ) Voor het zagen zonder trekkende beweging (kleine werkstukken) dient u de vastzetschroef 31 los te draai6 en, als deze vastgedraaid is. Duw de gereedschaparm tot aan de aanslag in de richting van de aanslagrail 10 en draai de vastzetschroef 31 weer vast. Span het werkstuk overeenkomstig de afmetingen vast. Stel de gewenste verstekhoek in. Zaag nu dit werkstuk en de volgende werkstukken op dezelfde lengte overeenkomstig de stappen in het ge6 deelte „Zagen“. Diepteaanslag instellen (groef zagen) (zie afbeelding R ) De diepteaanslag 29 moet worden versteld als u een groef wilt zagen. Draai de beide contramoeren 49 los met een in de handel verkrijgbare ring6 of steeksleutel (SW 14). Schakel het elektrische gereedschap in. Draai de moer 50 los en draai de diepteaanslag 29 te6 gen de wijzers van de klok in helemaal omhoog. Druk op de knop 4 en beweeg de gereedschaparm met de handgreep 5 langzaam omlaag. Draai de gereedschaparm aan de handgreep 5 in de stand waarbij de gewenste groefdiepte wordt bereikt. Zaag het werkstuk met een gelijkmatige voorwaartse beweging door. Draai de diepteaanslag 29 met de wijzers van de klok mee tot het einde van de schroef de huisaanslag 51 raakt. Schakel het elektrische gereedschap uit en wacht tot het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Beweeg de gereedschaparm langzaam omhoog. 1 609 929 J50 • (06.06) PS Beweeg de gereedschaparm langzaam omhoog. Draai eerst de moer 50 en vervolgens de contramoe6 ren 49 weer vast. Nederlands–12