Download инструкцию
Transcript
Nederlands | 83 Verstekhoek instellen (zie afbeelding G) Glijvoet Bij de bewerking van kwetsbare oppervlakken kunt u de glijvoet 6 op de voetplaat 7 plaatsen, om krassen op het oppervlak te voorkomen. Als u de glijvoet wilt aanbrengen, maakt u deze 6 vooraan aan de voetplaat 7 vast, drukt u hem achteraan omhoog en laat u hem vastklikken. Gebruik Functies f Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische gereedschap de stekker uit het stopcontact. Pendelbeweging instellen Dankzij de in vier standen instelbare pendelbeweging kunnen zaagsnelheid, zaagcapaciteit en zaagbeeld optimaal worden aangepast aan het te bewerken materiaal. Met de instelhendel 9 kunt u de pendelbeweging ook terwijl het elektrische gereedschap loopt instellen. Stand Stand Stand Stand 0 I II III geen pendelbeweging kleine pendelbeweging gemiddelde pendelbeweging grote pendelbeweging De optimale pendelbeweging voor de gewenste toepassing kunt u proefondervindelijk bepalen. Daarbij gelden de volgende adviezen: – Hoe fijner en schoner de zaagrand moet worden, hoe kleiner de pedelbeweging moet worden ingesteld, of deze moet eventueel helemaal worden uitgeschakeld. – Schakel bij de bewerking van dunne materialen (bijv. metaalplaat) de pendelbeweging uit. – Werk in harde materialen (bijv. staal) met een kleine pendelbeweging. – In zachte materialen en bij het zagen van hout in de richting van de nerf kunt u met maximale pendelbeweging werken. De voetplaat 7 kan voor verstekzaagsneden tot 45° naar rechts of naar links worden gedraaid. – Verwijder de beschermkap 16 en de afzuigaansluiting 5. – Open de spanhendel 24 van de voetplaat en schuif de voetplaat 7 iets in de richting van de netkabel. – Voor het instellen van nauwkeurige verstekhoeken heeft de voetplaat rechts en links vastklikpunten bij 0° en 45°. Draai de voetplaat 7 volgens de schaalverdeling 22 in de gewenste stand. Andere verstekhoeken kunt u met een hoekmeter instellen. – Duw de voetplaat 7 vervolgens tot aan de aanslag in de richting van het zaagblad 13. – Sluit de spanhendel 24 om de voetplaat in de ingestelde positie te vergrendelen. De beschermkap 16, de afzuigaansluiting 5 en het antisplinterplaatje 21 kunnen bij verstekzaagwerkzaamheden niet worden gebruikt. Voetplaat verstellen (zie afbeelding H) Voor het zagen tot aan opstaande randen kunt u de voetplaat 7 naar achteren verplaatsen. – Verwijder de beschermkap 16 (zie„Beschermkap”, pagina 82). – Open de spanhendel 24 van de voetplaat en schuif de voetplaat 7 tot deze niet meer verder kan in de richting van de netkabel. – Sluit de spanhendel 24 om de voetplaat in de ingestelde positie te vergrendelen. Zagen met een verplaatste voetplaat 7 is alleen mogelijk met een verstekhoek van 0°. Bovendien mogen de parallelgeleider met de cirkelsnijder 27 (toebehoren) en het antisplinterplaatje 21 niet worden gebruikt. Voorspanning van voetplaat veranderen Met het stelwiel 23 kan de voorspanning van de spanhendel 24 voor de voetplaat worden veranderd. Zit de voetplaat 7 na het sluiten van de hendel niet vast, open dan de spanhendel en draai het stelwiel voor de voorspanning in de richting „+”. Kan de voetplaat na het openen van de spanhendel niet of slechts moeilijk worden versteld, draai dan het stelwiel in de richting „–”. Bosch Power Tools 1 609 929 W88 | (1.6.10)