Download Instructions de service
Transcript
08 0053.2131_SUBX_WEST_BA EBZ zum Drucken 01/05 03.06.13 14:34 Seite 51 nederlands 10. Storingsoverzicht Storingen Mogelijke oorzaken Oplossing De onderwaterpomp start niet. De netschakelaar is uitgeschakeld. Netschakelaar inschakelen. De motorspanning ontbreekt. Controleer, of zekeringen doorgebrand zijn of de motorbeveiligingschakelaar aangesproken is. Controleer, of de netspanning aanwezig is. Controleer, of de klemmen vast zitten. De droogloopbeveiliging geeft geen vrijgave signaal Op de terugkeer van bedrijfsomstandigheden wachten of de functies van de droogloopbeveiliging op de juiste werking testen. De in de motor ingebouwde overbelastingschakelaar (wisselstroommotor) is aangesproken Wachten tot de motor afgekoeld is. Oorzaak overbelasting zoeken. Zekeringen met de verkeerde nominale waarde. Zekeringen met de juiste waarde gebruiken Elektrische isolatie ontoereikend. Met de isolatieweerstandmeter of Ohmmeter de isolatieweerstand meten. De gewenste waarden kunnen onder punt 6.1 nagelezen worden Indien nodig, motor aan Biral retourneren. Voedingskabel of verbinding defect. Indien nodig, kabel vervangen of aansluiting vernieuwen. Lasdoos zit vol water. Lasdoos en kabel vernieuwen. Niet alle fasen van de motor krijgen de volle spanning Controleer of alle aansluitingen aan de klemmenzijde vast zitten. Controleer of de voedingspanning bij alle fasen aanwezig is. Motorbeveiligingschakelaar (thermisch relais) is foutief afgesteld. Motorbeveiligingschakelaar (thermisch relais) instellen zoals in punt 6.5 beschreven De rotor van de onderwaterpomp is geblokkeerd De pomp aan de Biral service zenden of de Biral service informeren. De netspanning is te hoog. Plaatselijke energiebedrijf informeren. De onderwaterpomp zit onder de modder/is verzand Inbouwpositie van de pomp controleren en de pomp hoger plaatsen. Het boorgat reinigen, pompput legen. Te hoge zandconcentratie. De capaciteit passend verminderen. Temperatuur regelkast te hoog. Regelkast tegen hitte en inwerken van warmte beschermen. Kavitatie bij de ingang van de zuigstomp of in de pomp. De waterspiegel aan de zuigstomp verhogen. Pomp indien mogelijk verder laten zakken (minimale afstand tot de bodem aanhouden). Motor draait in verkeerde richting. Twee van de drie fasen wisselen. Het terugslagventiel is in halfgesloten toestand geblokkeerd. Terugslagventiel controleren. De pomp is versleten. Indien nodig de pomp aan de Biral service zenden. Leiding verstopt. Leiding reinigen of vervangen De zekeringen branden door bij het inschakelen. De motorbeveiligingschakelaar (thermisch relais) spreekt na kortstondig bedrijf aan. De onderwaterpomp heeft een te geringe capaciteit. 51