Download EN Instruction for use
Transcript
NL Gebruiksaanwijzing 3. Wij raden aan om de pakketjes die uit de vriezer worden gehaald in de koelkast te ontdooien. Plaats hiervoor het te ontdooien pakketje in een bak zodat het dooiwater niet in het koelgedeelte lekt. Wij raden aan om ingevroren levensmiddelen minimaal 24 uur voor gebruik uit de diepvriezer te halen om ze te laten ontdooien. 4. Wij raden aan om de deur zo min mogelijk te openen. 5. Laat de deur van het apparaat niet langer open staan dan nodig is en controleer na elke opening of de deur weer goed is gesloten. Als de deuren geopend zijn komt er warme lucht in de koelkast/vriezer en verbruikt het apparaat meer energie om de voedingsmiddelen te koelen. Open de deuren daarom niet veelvuldig om zo energie te besparen en de voedingsmiddelen op hun ideale bewaartemperatuur te behouden. 6. Een maximaal bruikbaar volume voor het bewaren van diepvriesproducten krijgt u wanneer u de bovenste en middelste lade in het vriesvak niet gebruikt. Het energieverbruik van uw apparaat is gebaseerd op het apparaat met het vriesvak volledig gevuld zonder het gebruik van de middelste lade en het deksel van de bovenste lade. 7. Blokkeer het ventilatierooster van de vriezer niet door er voedingsmiddelen voor te zetten. Er dient altijd een minimum van 3 cm voor het ventilatierooster in de vriezer vrij te blijven om voor voldoende luchtstroom te zorgen zodat het vak efficiënt bevriest. 8. Indien u geen voedingsmiddelen in het vak voor verse etenswaren gaat plaatsen, activeer dan de Eco fuzzy-functie om energie te besparen. Het vriesvak blijft normaal vriezen. 9. Activeer “Energiebesparingsfunctie”. Als de energiebesparingsfunctie actief is, gaan alle symbolen op de display, behalve het energiebesparingssymbool, uit. Alle symbolen gaan branden als de deur voor het versgedeelte wordt geopend of de display wordt aangeraakt. 10. Aanbevolen temperatuurinstellingen zijn +4°C en -20°C voor vershoud- en vriesvak respectievelijk. Normale bedrijfsgeluiden Verschillende bedrijfsgeluiden zijn volledig normaal omwille van de werking van het koelsysteem van uw apparaat: • Gorgelende, bubbelende, gonzende geluiden worden veroorzaakt door de koelvloeistof die circuleert in het koelsysteem. Deze geluiden kunnen nog een korte tijd na het uitschakelen van de compressor worden gehoord. • Plotse, scherp krakende of knallende geluiden worden veroorzaakt door de expansie en samentrekking van de binnenwanden of van sommige onderdelen van de kast. • Zoemende, gonzende, pulserende of brommende geluiden worden veroorzaakt door de compressor. Deze geluiden zijn iets harder bij het inschakelen van de compressor en nemen af wanneer het apparaat de werktemperatuur bereikt. Om storende trillingen en geluiden te vermijden, zorg dat; • Uw koelkast waterpas staat op alle vier de voetjes. • Uw koelkast niet in contact staat met de muren, omringende objecten of keukenkasten en meubilair. • Blikjes, flessen of schotels in de koelkast elkaar niet raken of rammelen tegen elkaar. • Alle schappen en lades correct in de koelkasten en deuren gemonteerd zijn. Praktisch advies met betrekking tot vermindering van het elektriciteitsverbruik 1. Controleer of het apparaat geplaatst is in een goed geventileerde ruimte, weg van hittebronnen (fornuis, radiator etc.). Tegelijkertijd moet plaatsing van het apparaat zo worden uitgevoerd dat het apparaat niet in direct zonlicht staat. 2. Zorg ervoor dat aangekochte gekoelde/ingevroren levensmiddelen zo snel mogelijk in het apparaat worden geplaatst, met name tijdens de zomerperioden. Het is raadzaam om voor het vervoer van deze levensmiddelen koel- of diepvriestassen (thermische isolatie) te gebruiken. 46